Aanbieding
Wij leggen met genoegen de Jaarstukken 2025 aan u voor. In het jaarverslag geven we aan wat wij het afgelopen jaar voor Apeldoorn hebben betekend, welke inspanningen we hebben verricht en de resultaten die we daarbij hebben behaald. Ook leggen we verantwoording af over de financiën. Jaarverslag en
-rekening als ultiem verantwoordingsdocument stellen ons in de gelegenheid om met de gemeenteraad stil te staan bij de vraag of we nog het goede doen. Zeker in een tijd waarin maatschappelijke opgaven en onvoorziene ontwikkelingen elkaar snel opvolgen, vinden wij het belangrijk terug te kijken naar hetgeen het afgelopen jaar tot stand is gebracht.
Wij blijven in de jaarstukken streven naar verbetering van de leesbaarheid en het beperken van de omvang. We kunnen echter niet voorkomen dat de jaarstukken een lijvig boekwerk vormen. Enerzijds omdat we gehouden zijn aan wettelijke eisen ten aanzien van het jaarverslag en anderzijds omdat we de besteding van ruim € 840 miljoen aan gemeenschapsgeld verantwoorden.
De jaarstukken beginnen met verantwoording over de vier programma's en de paragrafen. De programmatoelichting is beleidsmatig van aard en vormt de basis van de jaarstukken. Per programma worden de voorgenomen prestaties uit de MPB verantwoord. We doen dat zo kort en helder mogelijk, zonder herhalingen van teksten uit de MPB.
Link naar raadsvoorstel .
Beleidsresultaat
In onderstaande tabel treft u de prestatieafspraken per programma aan. We hebben een groot deel van de prestaties gerealiseerd binnen de kaders die in de begroting zijn gesteld. De afwijkingen doen zich vooral voor op de planningen en op de inhoud. Belangrijke verklaringen daarvoor zijn de beperkt beschikbare capaciteit en de afhankelijkheid van externe factoren. In de MPB en in de Jaarrekening 2025 zijn in totaal 212 prestaties opgenomen. Als sprake is van afwijking in negatieve zin dan lichten we dat in de programmaverantwoording toe.
Programma | Totaal | Afwijkingen | Afwijkingen | Afwijkingen | Afwijkingen | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| ||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| ||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| ||||||
Bedrijfsvoering | 17 | 0 | 1 | 6 | 1 | ||||||||||||
Programma 1 - Samenleving | 76 | 11 | 4 | 11 | 2 | ||||||||||||
Programma 2 - Leefomgeving | 75 | 2 | 2 | 9 | 1 | ||||||||||||
Programma 3 - Economie en inkomen | 27 | 4 | 1 | 8 | 0 | ||||||||||||
Programma 4 - Bestuur, inwoners en financiën | 17 | 2 | 0 | 1 | 0 | ||||||||||||
Totaal | 212 | 19 | 8 | 35 | 4 | ||||||||||||
|
|
|
| = prestatie wijkt in negatieve zin af van de begroting cq het beoogde doel | |||||||||||||
|
|
| |||||||||||||||
|
|
| |||||||||||||||
Bovenstaande tabel is een samenvatting van het dashboard dat we in de programmaverantwoording gebruiken. Van de 212 prestaties zijn 156 volledig geleverd. Op 56 prestaties zijn er afwijkingen waarbij enkele prestaties op meerdere onderdelen afwijken.
Financieel resultaat
De Jaarrekening 2025 kent een positief resultaat van afgerond € 20,7 miljoen. Conform wettelijke bepalingen wordt dit overschot toegevoegd aan de algemene reserve. Het resultaat 2025 wijkt af van het resultaat 2024 met een overschot van € 3,2 miljoen en van 2023 met een overschot van € 52,6 miljoen. De vier belangrijke oorzaken voor het resultaat zijn:
- Een hogere algemene uitkering uit het Gemeentefonds;
- Hogere kosten binnen het sociaal domein. Dit komt door hogere tarieven en hogere uitvoeringskosten op onderdelen beschermd wonen en jeugdzorg;
- Lagere externe rentelasten;
- Diverse projectvertragingen en meevallers binnen de programma's leefomgeving en economie en inkomen.
In de Tussentijdse rapportage 2025, die met de raad is besproken in de PMA van 9 oktober 2025, is een prognose van het resultaat van € 82.000 positief gemeld. Dat het resultaat nu ruim € 20 miljoen hoger uitvalt, komt vooral doordat de tekorten binnen het sociaal domein meevallen ten opzichte van het beeld uit de Tussentijdse rapportage. In de Tussenrapportage werd uitgegaan van een nadeel van € 24,5 miljoen op het programma Samenleving. In de jaarrekening is dit nadeel afgenomen naar € 8,7 miljoen. Dit komt voornamelijk door een aanvullende rijksvergoeding voor jeugdzorg, de effecten van het maatregelenpakket om de tekorten jeugdzorg terug te dringen en lagere lasten op de lokale Wmo. In de rapportage grote verschillen (brief nr. 6032983) is deze ontwikkeling al gemeld.
Op programmaniveau doen zich de volgende afwijkingen voor:
Bedragen x € 1 miljoen | Begroting 2025 | Jaarrekening 2025 | Afwijking |
|---|---|---|---|
Paragraaf bedrijfsvoering | -84,6 | -82,2 | 2,4 |
Programma 1 Samenleving | -327,2 | -335,9 | -8,7 |
Programma 2 Leefomgeving | -97,3 | -89,5 | 7,8 |
Programma 3 Economie en inkomen | -74,7 | -72,4 | 2,3 |
Programma 4 Bestuur, inwoners en financiën | 583,9 | 600,8 | 16,9 |
Resultaat |
| 20,7 |
|
De bedragen in deze tabel zijn afgerond. Hierdoor kan er een klein verschil ontstaan. | |||
Er is sprake van een rekeningresultaat van afgerond € 20,7 miljoen ten opzichte van de begrotingsomvang van € 840 miljoen en dit wordt veroorzaakt door tientallen afwijkingen. In de begrotingsprogramma’s en in de paragraaf Bedrijfsvoering worden de verschillen tussen begroting en realisatie uitgebreid toegelicht. Hieronder resumeren wij de belangrijkste verschillen:
Bedrijfsvoering
Op dit programma zijn diverse voordelen en nadelen verwerkt optellend tot een voordeel van € 2,4 miljoen. Voorbeelden hiervan zijn, diverse voor-en nadelen op ICT en personeel gerelateerde kosten.
Programma 1 Samenleving
De grootste afwijkingen op dit programma zijn de overschrijdingen van € 5,4 miljoen op beschermd wonen WMO en € 4,5 miljoen op jeugdzorg. Dit komt voornamelijk door hogere tarieven en hogere uitvoeringskosten. Hier staan voordelen tegenover van € 1,6 miljoen op hulpmiddelen WMO (door overgang van een koopmodel naar een huurmodel voor rolstoelen en scootmobielen) en van € 0,8 miljoen op begeleiding en dagbesteding WMO (door de prijsontwikkeling en anderzijds door de volumeontwikkeling).
Programma 2 Leefomgeving
Het voordeel op dit programma bestaat voornamelijk uit een voordeel op grondexploitaties 'niet-bedrijventerreinen' ( € 1,2 miljoen), diverse meevallers en vertragingen op openbaar groen (€ 1,5 miljoen), een meevaller op het tegengaan van energiearmoede (€ 0,6 miljoen), een meevaller op de netwerkkosten van Liander (€ 0,5 miljoen), een meevaller op het project Veldhuis (€ 0,5 miljoen), vertraging in de realisatie en oplevering van verkeerssystemen en investeringen in het wegennet (€ 0,3 miljoen), een voordeel als gevolg van overdracht Parkeren Apeldoorn West (€ 0,3 miljoen) en hogere parkeerinkomsten (€ 0,3 miljoen).
Programma 3 Economie en inkomen
Het voordeel van € 2,3 miljoen bestaat voornamelijk uit een voordeel op de BUIG van € 1,4 miljoen door een hogere rijksbijdrage en hogere loon- en prijscompensatie en een voordeel op de grondexploitatie bedrijventerreinen van € 1 miljoen.
Programma 4 Bestuur, inwoners en financiën
De grootste afwijking op dit programma bestaat uit een voordeel op de algemene uitkering van € 16,8 miljoen. Dit komt door een wijziging van het accres en de uitkeringsbasis, toevoegingen die niet leiden tot hogere uitgaven, verhoging van het cluster jeugdzorg (rapport commissie Van Ark) en nacalculaties over de jaren 2022, 2023 en 2024. Op dit programma is ook een nadeel van € 2,3 miljoen ontstaan door een verplichte aanvulling van de voorziening Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (APPA) en een voordeel van € 2 miljoen op de loonkosten als gevolg van de CAO gemeenten 2025-2027. Er is een rentevoordeel op de externe rentelasten van ruim € 3,5 miljoen. Dit externe rentevoordeel is, via een verlaging van de renteomslag van 1,3% naar 0,7%, terecht gekomen op alle taakvelden met kapitaallasten inclusief het grondbedrijf.
Rechtmatigheidsverantwoording
De rechtmatigheidsverantwoording is onderdeel van de jaarrekening. Met ingang van 2023 is het verplicht om deze op te nemen conform een voorgeschreven format. De afwijkingen die de verantwoordingsgrens overschrijden worden in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. De rapportagegrens voor financiële afwijkingen is door de raad op € 300.000 gesteld. In de paragraaf Bedrijfsvoering treft u een nadere toelichting op onze rechtmatigheidsverantwoording aan.
Financiële ratio's
De gemeente staat er op 31 december 2025 financieel gezien goed voor. We hebben de solvabiliteit, de netto schuldquote en de andere kengetallen bij het opstellen van deze jaarrekening opnieuw berekend. De uitkomsten zijn positiever dan begroot en dat hebben we in de afgelopen jaren vaker gezien. Het is lastig om hiervoor een eenduidige verklaring te vinden. Het komt onder meer door planningsoptimisme bij projecten, overschatte uitvoeringskracht en incidentele compensaties vanuit het Rijk. Belangrijk aandachtspunt is of er sprake is van een structureel effect, omdat sommige kengetallen normerend zijn voor het aangaan van nieuwe investeringen en daarmee ook invloed kunnen hebben op keuzes voor de toekomst. Dit speelt met name bij de solvabiliteit waarvan in de MPB 2026-2029 is aangegeven dat deze onder de norm van 20% gaat dalen in de toekomst. Voor de zomer van 2026 zal een notitie aan de raad worden aangeboden waarin dieper wordt ingegaan op de solvabiliteit en de bijbehorende norm en hoe we hier in de toekomst mee om willen gaan. Hieronder lichten wij de belangrijkste ratio’s toe.
Solvabiliteit en eigen vermogen
De solvabiliteit geeft de verhouding aan van het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (waarin het vreemd vermogen is opgenomen). Bij een lage solvabiliteit staat er relatief veel schuld tegenover het bezit van de gemeente. Een hoge solvabiliteit is beter voor de financiële positie van de gemeente omdat schulden gepaard gaan met rente en aflossingen. We koersen op een norm van 20% voor de solvabiliteitsratio. In deze jaarrekening 2025 bedraagt de solvabiliteit 34,3% (was in 2024 34,2%). In de begroting 2025 was deze geprognosticeerd op 27,8%. Dit verschil komt onder andere doordat de reserve overlopende projecten met € 18,9 miljoen eind 2025 hoger is dan voorzien. Deze reserve maakt onderdeel uit van het eigen vermogen. In de tweede plaats is de Algemene Reserve circa € 5 miljoen hoger dan begroot, door verschuiving van een onttrekking van 2025 naar 2026. Beide effecten zijn daarmee in eerste instantie niet structureel en hebben te maken met vertragingen in de uitgaven. Een derde oorzaak is het rekeningresultaat van € 20,7 miljoen waar in de begroting geen rekening mee was gehouden. Zoals in de MPB 2026-2029 geschetst, zal met de bestedingen van reserves (zoals bijvoorbeeld het AOF) en nieuwe investeringen in de komende jaren de verhouding tussen dat deel wat met eigen geld is betaald en het totale bezit fors lager worden.
Het eigen vermogen bedraagt eind 2025 € 241,4 miljoen, waarvan € 105 miljoen is opgenomen in de algemene reserve. Daar komt nog het rekeningresultaat 2025 van € 20,7 miljoen bij. Tegelijk met de Jaarrekening 2025 kan het college een bestemmingsvoorstel voor het rekeningresultaat aan de raad voorleggen. Via een begrotingswijziging 2026 komen eventuele bestemmingen weer ten laste van de algemene reserve.
Netto schuldquote
De schuldpositie willen we zo klein mogelijk houden. De gecorrigeerde netto schuldquote geeft een waarde aan voor onze liquiditeitspositie. Voor een financieel gezonde situatie moet de schuldquote lager zijn dan 90%. Onze gecorrigeerde netto schuldquote bedraagt op 31 december 2025 42,5%. In 2024 was dat 44,0%.
Weerstandsratio
We hebben in beeld gebracht welke risico’s we als gemeente lopen en deze tellen op tot € 56 miljoen waarvan € 15,5 miljoen grondexploitatie. De weerstandsratio geeft aan in hoeverre we dit risicobedrag kunnen opvangen binnen onze algemene reserve mochten die risico’s zich voordoen. Deze ratio komt eind 2025 uit op 2,21. Daarbij zijn de risico’s van het grondbedrijf met een weerstandsratio van 1 meegerekend. Deze systematiek is vastgesteld bij de MPB 2026-2029. De weerstandsratio moet minimaal 1,4 zijn.
De ratio's geven aan dat wij op 31 december 2025 een gezonde schuldpositie hebben en beschikken over een prima weerstandsvermogen om de gekwantificeerde risico’s op te vangen. In deze jaarstukken zijn alle risico’s geactualiseerd. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s kunt u doorklikken naar de risico’s. In dezelfde paragraaf is onder 'Financiële positie in vogelvlucht' ook een uitgebreid overzicht opgenomen van de financiële indicatoren. Voor de geïnteresseerde lezer verwijzen wij daar naar.
