Paragrafen

Investeringen

Inleiding
Deze paragraaf geeft een integraal beeld over de voortgang van de investeringsbudgetten die door de raad zijn toegekend. Het beeld over 2025 laat zien dat de investeringsbudgetten voor uitbreidingsinvesteringen zijn toegenomen. Aangezien de uitvoering van deze investeringen in meerdere jaren plaatsvindt, groeien ook de overlopende investeringsbudgetten. Dit onderstreept het belang van deze paragraaf waarin het totaalbeeld van de investeringen wordt geschetst en het inzicht van de middelen welke gealloceerd zijn aan de investeringen in uitvoering.

Verschil financiering en dekking
De activa van gemeente Apeldoorn groeien, veranderen en verouderen. Om hierop in te spelen moet de gemeente investeren. Bij investeringen gaan de kost voor de baat, dus voor het meerjarige nut dat de investering gaat opleveren. Boekhoudkundig wordt hiermee rekening gehouden door het investeringsbudget niet als kosten te zien, maar als een uitgave. De kosten (dekking) worden over toekomstige jaren verdeeld als kapitaallasten (afschrijvingslasten en rentelasten).

Wanneer bijvoorbeeld een tunnel wordt aangelegd met een investeringsbudget € 20 miljoen dan zijn de bijbehorende afschrijflasten 40 jaar lang telkens € 500.000. Het investeringsbudget van € 20 miljoen is een financieringsvraagstuk. De afschrijvingslast is een dekkingsvraagstuk. De kapitaallasten zijn gerelateerd aan de verwachte gebruiksduur van het bezit (de investering). Deze termijnen zijn vastgelegd in de Financiële Verordening en variëren tussen de 3 en 60 jaar (60 jaar voor de oudere onderwijsgebouwen).

Verschil autorisatie tussen vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen
In de Financiële Verordening wordt onderscheid gemaakt tussen vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen. Vervangingsinvesteringen zijn investeringen die gedaan worden om de bestaande voorzieningen binnen de gemeente op peil te houden conform de eisen van de huidige tijd. Uitbreidingsinvesteringen zijn investeringen die gedaan worden vanwege groei van de gemeente en/of nieuwe wensen en ambities vanuit de gemeente. Voor vervangingsinvesteringen geldt dat deze in de begroting worden opgenomen inclusief bijbehorende kapitaallasten en dat de raad dit investeringsbudget heeft geautoriseerd met het vaststellen van de begroting. Uitbreidingsinvesteringen worden ook opgenomen in de begroting, maar het vaststellen van de begroting leidt bij deze investeringen alleen tot gereserveerde investeringsruimte. Om de investeringsruimte om te zetten in een investeringsbudget is een raadsbesluit nodig en die kan worden gevraagd door een projectvoorstel in te dienen. Deze methodiek geldt vanaf 2022 en is geformaliseerd in de Financiële Verordening.

Beschikbare ruimte en budget
Terugkijkend naar het jaar 2025 was er op 1 januari 2025 voor de periode 2025-2028 een bedrag van
€ 326,4 miljoen aan investeringsruimte beschikbaar. Dit bedrag kan dus pas geïnvesteerd worden nadat via projectvoorstellen de raad hiermee akkoord gaat. Tevens was een bedrag van € 206,9 miljoen aan investeringsbudget beschikbaar voor vervangingsinvesteringen en reeds geaccordeerde uitbreidingsinvesteringen. Onderstaande tabel toont de fasering van deze bedragen over de jaren 2025-2028 op peildatum 1 januari 2025.

Totaal voor investeringen
(bedragen x € 1.000)

Fasering 2025

Fasering 2026

Fasering 2027

Fasering 2028

Totaal

Investeringsruimte

75,7

78,6

91,0

81,1

326,4

Investeringsbudget uitbreiding

33,0

29,4

20,2

10,4

93,0

Investeringsbudget vervanging

26,1

27,4

29,6

30,9

113,9

Totaal

134,8

134,4

140,8

122,3

533,3

 

In het jaar 2025 is € 97,1 miljoen aan investeringsbudget toegekend door de raad, waarvan € 69,1 miljoen een startdatum na 31-12-2025 kent.

Investeringen in 2025

De totale gerealiseerde investeringen in 2025 bedragen € 48,2 miljoen en bestaan uit vervangingsinvesteringen (circa € 21 miljoen) en uitbreidingsinvesteringen (circa € 27 miljoen). In de begroting stond circa € 57 miljoen in de planning voor toegekende investeringsbudgetten. Daarnaast was er in investeringsruimte € 75,7 miljoen beschikbaar.

De vervangingsinvesteringen die zijn gerealiseerd betreffen vooral de openbare ruimte (€ 18 miljoen) en automatisering (€ 1,5 miljoen).

De uitbreidingsinvesteringen die zijn gerealiseerd betreffen voornamelijk:

  • Onderwijshuisvesting (€ 2 miljoen)
  • Het programma Stadmaken op de Veluwe (€ 11 miljoen)
  • Uitvoering geven aan de verkeersvisie (€ 4 miljoen)
  • Verduurzaming (€ 2 miljoen)
  • Verkeer en vervoer (€ 4 miljoen)
  • Openbaar groen (€ 1 miljoen)
  • Overige projecten (€ 3 miljoen)

Bij de begroting gaan we er vanuit dat een deel (30% bij de grote opgaven) van de uitbreidingsinvesteringen worden gefinancierd door derden, bijvoorbeeld door middel van subsidies. In 2025 was dit € 1,9 miljoen (circa 4% van de totale investeringen).

Overlopende investeringsbudgetten

Uitbreidingsinvesteringen kennen een startjaar en hebben meestal betrekking op meerdere jaren. Daarmee gaat het restant van het investeringsbudget in principe mee naar het volgend boekjaar tenzij de betreffende investering waarvoor het budget beschikbaar is gesteld gerealiseerd is. In dat geval zal het restant-investeringsbudget vrijvallen.

Voor de budgetten van de vervangingsinvesteringen ligt dit net iets anders. Ieder jaar worden de vervangingsinvesteringsbudgetten opgenomen in de MPB. Omdat de instandhouding van bijvoorbeeld de openbare ruimte of ICT-infrastructuur een continu proces is, wordt jaarlijks beoordeeld welk deel van het budget nog nodig is om niet-gerealiseerde investeringen (achterstallige investeringen) te kunnen blijven doen.

De financiële omvang van overlopende investeringsbudgetten aan het eind van 2025 (beschikbaar gestelde budgetten met een startjaar 2025 of eerder) bedraagt circa € 174 miljoen. Dit bestaat uit circa € 19,5 miljoen vervangingsinvesteringen en € 154,5 miljoen uitbreidingsinvesteringen.

De overlopende vervangingsinvesteringen betreffen circa € 19,5 miljoen. Een belangrijk deel hiervan (€ 13,5 miljoen) betreft vervanging openbare ruimte. In 2024 is gestart met het maken van een inhaalslag voor vervangingen in de openbare ruimte, omdat in voorgaande jaren minder aan benodigde vervangingsinvesteringen is gerealiseerd en de kwaliteit van de openbare ruimte onder de norm is gedaald. De omvang aan vervangingsinvesteringen voor wegen is gestegen van € 8,5 miljoen in 2024 naar € 13,5 miljoen in 2025. Op andere vervangingsinvesteringen zoals tractie, bruggen, VRI’s, revitalisering openbare ruimte en openbare verlichting is in 2025 sprake geweest van minder uitgaven dan begroot. Bij tractie is dat o.a. een gevolg van de omschakeling naar elektrisch vervoer. Deze vervangingskredieten zijn nodig zijn voor het in standhouden van de bestaande openbare ruimte en we verwachten in 2027 deze achterstand te hebben ingelopen. Naast vervangingskredieten voor de openbare ruime bestaat dit voor € 4,5 miljoen uit vervanging ICT-infrastructuur en € 1,5 miljoen voor overige vervangingen

De € 154,5 miljoen overlopende uitbreidingsinvesteringen betreft:

  • € 50 miljoen onderwijshuisvesting
  • € 50 miljoen programma Stadmaken op de Veluwe inclusief de bouw van het zwembad
  • € 11 miljoen mobiliteit
  • € 9 miljoen beken en sprengen
  • € 9 miljoen verduurzaming
  • € 8 miljoen Omnizorg
  • € 6 miljoen groenplan en de openbare ruimte
  • € 4 miljoen aankopen strategische voorraden
  • € 7 miljoen voor andere projecten

Dit betreft investeringsprojecten waarbij de uitvoering in meerdere jaren is gepland. De overlopende investeringsbudgetten zijn noodzakelijk om de projecten af te ronden.

Kapitaallasten

Uit de investeringen vloeien kapitaallasten voort of anders gezegd: het structurele effect in de exploitatie als gevolg van de investeringen. De kapitaallasten waren in 2025 per saldo € 0,5 miljoen lager dan verwacht. Een verhogend effect komt door (incidentele) extra kapitaallasten omdat op activa extra is afgeschreven (€ 1,9 miljoen). Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat de gronden van Host-city die in een grex zijn opgenomen in 2025. Daartegenover staat een neerwaarts effect van € 2,4 miljoen op de kapitaallasten als gevolg van de aangepaste rekenrente. De kapitaallasten bij begroting hebben we doorgerekend met 1,3% rente, maar in de realisatie was het percentage 0,7%.

Vrijval kapitaallasten:

Nadat een investering financieel is afgeschreven, vallen de structurele kapitaallasten vrij. Deze zijn nodig om de bestaande openbare ruimte in stand te houden en is dekking voor de vervangingsinvestering. De omvang van vrijval van kapitaallasten voor de investeringen in de openbare ruimte is beperkt vanwege gewijzigde verslaggevingsregels (BBV). Tot 2017 werden de investeringen in bedrijfsmiddelen met een maatschappelijk nut, zoals wegen, niet geactiveerd. Vanaf 2017 is dit verplicht. Als gevolg van deze stelselwijziging is de dekking vanuit vrijvallende kapitaallasten ook de komende 20 jaar beperkt van omvang.

In de paragraaf weerstandsvermogen is het kengetal kapitaallastenratio opgenomen. Deze ratio zegt iets over de mate van flexibiliteit van de begroting. De kapitaallasten van investeringen drukken langjarig als last op de begroting, waardoor de flexibiliteit van de begroting afneemt. Er geldt geen wettelijke of andere norm voor deze ratio. Er is op dit moment geen zinvolle signaleringswaarde voor dit kengetal te bepalen op basis van literatuur of de praktijk van andere gemeenten. De informatiewaarde zit vooral in de ontwikkeling van de kapitaallastenratio over de tijd. 

Risico’s

Kapitaallasten bestaan uit 2 componenten: rente en afschrijving. De gehanteerde rekenrente is een belangrijke variabele voor de hoogte van de kapitaallasten. Bij de begroting was gerekend met 1,3%, terwijl de werkelijke rente 0,7% is geworden. Deze lagere rente resulteerde in lagere kapitaallasten, maar de rente kan ook stijgen en dat is een risico voor de toekomst. Wanneer de marktrente stijgt zal dit op termijn ook effect hebben op het rentepercentage waarmee de kapitaallasten worden berekend. Wanneer dit percentage gaat stijgen zullen ook de kapitaallasten van alle investeringen stijgen en daarmee de structurele lasten.

Daarnaast lopen we risico omdat we de kapitaallasten die gepaard gaan met uitbreidingsinvesteringen, zoals voor het programma Stadmaken op de Veluwe en stedelijke mobiliteit, slechts voor 50% in de MPB ramen in de veronderstelling dat we niet alle investeringen volgens de planning kunnen uitvoeren. We hebben met belemmerende interne en externe factoren te maken zoals gebrek aan capaciteit, vergunningenproblematiek, netcongestie, stikstof en bezwaarprocedures.

Deze pagina is gebouwd op 06/02/2026 17:04:11 met de export van 06/02/2026 16:56:50