In 2025 hadden wij rekening gehouden met een financieringsbehoefte van € 70 miljoen. Dit was gebaseerd op de investeringsopgave en het feit dat er € 35 miljoen werd afgelost op de lange leningen. In werkelijkheid hebben wij in 2025 geen nieuwe lange leningen aangetrokken.
De belangrijkste oorzaken voor deze lagere behoefte zijn:
- Investeringsuitgaven bleven achter bij wat initieel begroot was.
- Geraamde uitgaven van het grondbedrijf bleven achter.
- Er zijn meer vooruit ontvangen (subsidie)gelden binnen gekomen.
- Er is meer geld via de Algemene Uitkering ontvangen dan begroot.
Om de totale schuldontwikkeling te beschouwen moeten we de liquide middelen, de opgenomen korte leningen en de lange leningen en de middelen in Rijks Schatkist bij elkaar nemen en afzetten tegen de stand begin 2025. Hieruit blijkt dat de totale schuld met circa € 11 miljoen is afgenomen.
Mutaties leningenportefeuille | Begroting 2025 | Begroting 2025 | Rekening 2025 | Rekening 2025 |
|---|---|---|---|---|
Stand per 1 januari | 288,6 | 1,45% | 288,6 | 1,45% |
- Nieuwe leningen | 70,0 | 3,50% | 0,0 | 0,00% |
- Reguliere aflossing | -35,0 | 0,76% | -35,0 | 0,76% |
- Vervroegde aflossing | n.v.t. |
| n.v.t. |
|
- Renteherziening oud | n.v.t. |
| n.v.t. |
|
- Renteherziening nieuw | n.v.t. |
| n.v.t. |
|
Stand per 31 december | 323,6 | 1,97% | 253,6 | 1,55% |
We zien een behoorlijke afname van onze lange schulden. In de begroting hielden wij rekening met een toenemende lange schuld. De liquiditeitspositie ontwikkelde zich dusdanig positief dat er geen nieuwe lange leningen nodig waren. De belangrijkste redenen voor deze afwijking staan hier boven genoemd. De gemiddelde rente is per eind 2025 licht opgelopen ten opzichte van begin 2025 maar minder hard dan bij de begroting verwacht. De toename van de rentevoet komt door aflossing op relatief goedkope leningen, waar de toename van het tarief dat werd begroot met name ontstond door de verwachte opname van fors duurdere leningen.
Leningen kunnen een zogenaamde marktwaarde krijgen, doordat de rente in de markt steeds verschillend is. De marktwaarde ontstaat als de actuele rente afwijkt van de rente van een langlopende lening die we eerder hebben afgesloten. Is de actuele marktrente lager dan heeft de lening voor ons een negatieve marktwaarde, is de marktrente hoger dan heeft de lening voor ons een positieve marktwaarde. De marktwaarde berekenen we als volgt. We trekken de rente van de 'oude' lening af van de actuele rente. Het verschil ‘vermenigvuldigen’ we met de hoofdsom van de lening. De uitkomst daarvan vermenigvuldigen we met de resterende looptijd van de lening. Op het eind van de looptijd van de lening is de resterende looptijd nul. Er is dan dus geen verschil meer en de marktwaarde is dan dus nul.
Wij ontvingen een opgave van de marktwaarde van de derivaten van de BNG. Deze bedraagt € 5,2 miljoen positief. Dit betekent dat, wanneer wij de derivaten op 31 december zouden willen ontbinden, wij dan een bedrag ontvingen van € 5,2 miljoen. De stijging van de marktrente heeft ervoor gezorgd dat de waarde zich in 2025 positief heeft ontwikkeld. De marktwaarde van de leningen is ook positief (de marktrente is hoger dan de gemiddelde rente op de leningenportefeuille). Deze waarde bedraagt € 1,6 miljoen. Per saldo is er een positieve marktwaarde op de portefeuille van € 6,9 miljoen.
