0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds
Afwijking realisatie t.o.v. begroting | Lasten |
| Baten |
| Saldo |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds | 0 | V | 16.786 | V | 16.786 | V |
Toelichting op afwijking(en)
Baten
Algemene Uitkering (€ 16,8 miljoen V - I)
De algemene uitkering Gemeentefonds is met ca. € 500 miljoen onze belangrijkste inkomstenbron en is voor 2025 gebaseerd op de meicirculaire 2024. Daarna hebben de circulaires van september 2024, mei 2025 en september 2025 geleid tot een hogere vergoeding en/of gewijzigde taken. Deze aanpassingen zijn verwerkt in door de raad vastgestelde begrotingswijzigingen. Zoals in de Tussentijdse rapportage(s) gemeld ontvangen we in 2025 een hogere algemene uitkering dan is begroot en dat leidt tot een voordeel van afgerond € 16,8 miljoen. De volgende factoren liggen hieraan ten grondslag:
a. wijziging van het accres (groei Gemeentefonds) en van de uitkeringsbasis;
b. toevoegingen aan het fonds die niet leiden tot hogere uitgaven;
c. verhoging van het cluster jeugdzorg op basis van het rapport van de commissie Van Ark;
d. nacalculaties over vorige jaren (2022, 2023 en 2024).
Ad a.
De omvang van het Gemeentefonds wordt bepaald door het prijs- en volumedeel van het bruto binnenlands product. Vervolgens wordt het fonds verdeeld over alle gemeenten via een groot aantal maatstaven, zoals het aantal inwoners, aantal ouderen en aantal wooneenheden. Deze parameters worden door het Rijk regelmatig geactualiseerd wat leidt tot aanpassing van de algemene uitkering.
Ad b.
Als de tussentijds ontvangen hogere bijdragen niet leiden tot hogere uitgaven dan ontstaat een voordeel in de jaarrekening. Dit is aan de orde bij bijvoorbeeld de gevolgen van de december-circulaire die tijdsmatig niet meer in een begrotingswijziging kan worden verwerkt.
Ad c.
Rijk en gemeenten verschillen al jaren van mening over de noodzakelijke vergoeding voor jeugdzorg in de algemene uitkering. Een 'taken en middelendiscussie' die ook aan de orde is bij de Wmo. In 2024 heeft de commissie Van Ark een advies uitgebracht over de haalbaarheid van de besparingsmaatregelen van de Hervormingsagenda jeugdzorg. Na een langdurige lobby van gemeenten en de VNG heeft dit in 2025 geleid tot een besluit van het kabinet om gemeenten in de periode 2025-2027 te compenseren voor hun hogere uitgaven. In 2025 ontvingen wij o.a. een compensatie van € 7,5 miljoen voor de tekorten op de jeugdzorg in 2023 en 2024.
Ad d.
Het duurt enkele jaren voordat een algemene uitkeringsjaar definitief door Het Rijk wordt vastgesteld. In de tussentijd worden de verdeelmaatstaven geactualiseerd en dat leidt tot nacalculaties. Deze waren in 2025 per saldo beperkt behalve een nabetaling over 2023 van € 607.000 die als balanspost (nog te ontvangen) in deze jaarrekening is verwerkt.
De structurele gevolgen van de hierboven genoemde circulaires hebben wij in de MPB 2026-2029 verwerkt. Het voordeel van € 16,8 miljoen in 2025 is dan ook incidenteel.
